Wat later dan normaal ging de wekker vanochtend. Gisteravond heb ik, tegen mijn voornemens in, toch de eerste etappe van de Vuelta bekeken. Een ploegentijdrit in de schemering, omdat er anders waarschijnlijk in Sevilla niemand langs het parcours had gestaan. Voor- en nadelen zijn vast goed afgewogen door de organisatie, maar als ik al niet fit genoeg ben om op tijd uit bed te komen... Voor de renners en het personeel is zo'n nachtelijk avontuur een aanslag op het toch al moeilijke en zware ritme van een etappekoers. Het zou zomaar eens kunnen dat vandaag de eerste aanvallers de vrije baan krijgen van de collega's, zodat de eerste uren van de koers worden gebruikt om bij te komen van de nacht.

Tijdens het kijken naar de ploegentijdrit, voelde ik me opnieuw toch wat ongemakkelijk. Hoe langer ik thuis zit, des te groter lijkt de afstand tussen het peloton en mij. Direct na terugkomst uit de Ronde van Californië, eind mei, voelde ik vooral de opluchting van even niet meer te 'moeten'. Eigenlijk vanaf het begin van 2010, al in Australië, wist ik dat de winterperiode mijn blessure niet had opgelost. We hadden gehoopt dat met de nodige rust het lichaam zichzelf zou 'resetten' en de eventuele overbelasting door een zwaar seizoen 2009 zou oplossen. Helaas lukte dat niet en de gevolgen zijn bekend. Het plezier in het fietsen was ook ver te zoeken en toen ik eind mei rust voorgeschreven kreeg, was ik blij dat ik de fiets kon laten staan... ik had het even helemaal gehad!

Toen een maand later de diagnose werd gesteld en een revalidatie-traject werd bepaald, kon ik nog niet helemaal inschatten hoe lang drie maanden zonder fiets zouden duren. De teleurstelling over het missen van de Dauphine, NK's en de Tour waren ondergeschikt aan het feit dat er eindelijk een oorzaak voor al mijn klachten kon worden aangewezen. Het vinden van een oorzaak is het begin van de wederopbouw.

Natuurlijk heb ik tijdens de Tour weleens gebaald dat ik er niet bij was, ook omdat onze ploeg het zo goed deed. Maar ik keek toch meer en neutraler dan ik vantevoren had gedacht. De liefhebber in mij won het van de teleurgestelde renner. Ondertussen was ik stap voor stap ook bezig met een stuk revalidatie-therapie en ik zag mezelf vooruit gaan.

Nu, een dikke maand na de Tour, merk ik dat het 'missen van' is omgeslagen naar 'verlangen naar' de fiets. Niet meer terugkijken, maar vooruit! Ik kijk er naar uit om op de fiets te mogen stappen, al is het maar een rondje langs het Hollandsch Diep. Ik denk al na over de training van deze winter, het volgend seizoen. Door de constante pijn die ik had, keek ik ook anders naar wedstrijden. Het is moeilijk uit te leggen hoe ik dat precies bedoel, maar ik heb in ieder geval nu weer echt zin in het wielrennen. Hoe dan ook en waar dan ook!

Deze week hoop ik een afspraak te plannen met dr. Vergouwen. Hopelijk vindt hij ook dat ik voldoende progressie heb geboekt om, voorzichtig aan, weer wat te kunnen fietsen. Een stapje vooruit, daar gaat het mij om. Ik wil en hoef ook niets te forceren, de winter is nog lang en het geduld van de ploegleiding is groot. Zolang ik maar vooruit ga is het ook op te brengen. En zolang er koers op tv is, weet ik ook precies wat ik mis. Het ongemakkelijke gevoel wat mij gisteravond opnieuw bekroop, zorgt ervoor dat ik het doel geen moment uit het oog verlies. Door het nu goed te doen, hoef ik hopelijk nooit meer 100 dagen zonder fiets.